Publicatie RIVM in opdracht van VWS 30 oktober 2019

Standaardtijd, zomertijd en gezondheid : Literatuuronderzoek naar gezondheidseffecten van verschillende tijdinstellingen

https://www.rivm.nl/publicaties/standaardtijd-zomertijd-en-gezondheid-literatuuronderzoek-naar-gezondheidseffecten-van

Samenvatting

Dit rapport bevat een erratum d.d. 31-10-2019 op pagina 65

De Europese Commissie heeft in 2018 voorgesteld dat alle lidstaten een vaste tijdinstelling kiezen voor het hele jaar, en dus niet meer wisselen tussen standaardtijd (wintertijd) en zomertijd. Het RIVM heeft een internationaal literatuuronderzoek uitgevoerd naar de effecten op de gezondheid van deze twee tijdinstellingen, inclusief de effecten van de wisselingen. Het blijkt beter te zijn voor de volksgezondheid wanneer Nederland het hele jaar door de standaardtijd zou aanhouden.

In Nederland wisselen we nu twee keer per jaar tussen de standaardtijd en zomertijd. Direct na de wisselingen slapen mensen slechter; vooral direct na de wisseling naar de zomertijd slapen mensen korter. Ook zijn er gezondheidseffecten te zien na de wisselingen. Zo komen er meer hartinfarcten voor direct na de wisseling naar de zomertijd. Zulke directe effecten treden niet meer op bij een vaste tijdinstelling voor het hele jaar.

Vooral zonlicht heeft invloed op het bioritme van de mens – het moment waarop we ’s ochtends wakker worden en ’s avonds slaperig. Het is voor de volksgezondheid dan ook het beste om een tijd in te stellen die aansluit op het natuurlijke dag- en nachtritme op aarde. Dat betekent een instelling waarbij de zon vroeg opkomt, wat het geval is bij de standaardtijd. Wanneer we het hele jaar door zomertijd instellen, is dat voor de gezondheid minder gunstig dan het hele jaar door standaardtijd. Dit blijkt uit studies naar slaap- en gezondheidsaspecten, zoals slaapduur en -kwaliteit, overgewicht, het aantal mensen met kanker, en de levensverwachting in het algemeen.

Voor de volksgezondheid zou het zelfs nog beter zijn als Nederland de tijd rond de nulmeridiaan in Greenwich (Engeland) het hele jaar door instelt; dat is 1 uur vroeger dan onze standaardtijd. De huidige standaardtijd voor Nederland is sinds de Tweede Wereldoorlog wettelijk ingesteld, hoewel het geografisch gezien in de zone van de nulmeridiaan ligt.

Dit literatuuronderzoek is in opdracht van het ministerie van VWS uitgevoerd. De studies waarop deze conclusies zijn gebaseerd, gaan over andere landen dan Nederland

Publicatie VWS 12 oktober 2018 Verslag Expertmeeting en daaropvolged de brief naar de 2de Kamer

Verslag expertmeeting van de rijksoverheid  12 oktober 2018 in tegenwoordigheid van de initiatiefnemers van de petitie Stop de Zomertijd.

Vervolgens de brief vanhet Ministerie aan de 2de Kamer naar aanleiding van deze expertmeeting. 

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/vergaderstukken/2018/10/12/verslag-expertmeeting-zomertijd-12-oktober-2018

en de brief van het Ministerie naar de 2de Kamer naar aanleiding van o.a. deze expertmeeting.

Brief naar de 2de Kamer

In die brief van de Minister aan de Tweede Kamer onder andere:

‘Bij de standpuntbepaling maak ik gebruik van de volgende bouwstenen: Het kabinet heeft in oktober een expertsessie met deskundigen in bioritme gehouden. Onder de wetenschappers vanuit de chronobiologie is consensus dat uit de drie tijdsystemen van het BNC-fiche er een keuze voor de Centraal Europese tijd (wintertijd) gemaakt zou moeten worden. Het invoeren van een permanente Oost Europese Tijd (zomertijd) achten zij onwenselijk; het huidige systeem met tijdswisseling zien zij dan als een beter alternatief. De eerste voorkeur van de chronobiologen is overigens om over te stappen op de West Europese Tijd (ook bekend als Greenwich Mean Time, GMT), wat één uur vroeger is dan onze huidige standaardtijd, namelijk de Centraal Europese Tijd. U treft het verslag bijgaand.’

‘De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) bevestigt dat in de expertsessie het chronobiologieveld goed geraadpleegd is. De betrokken personen vertegenwoordigen goed de Nederlandse expertise op dit terrein. De KNAW stelt verder dat de keuze voor permanente zomer of wintertijd aan meer onderwerpen raakt dan de relatie tussen onze biologische klok en gezondheid. Voor een wetenschappelijke onderbouwing van deze keuze is een breder scala aan disciplines en perspectieven nodig. Na ommekomst van de hieronder genoemde onderzoeken, bezie ik of aanvullend onderzoek nodig is.’

En het slot van de brief:

….Nadat alle bevindingen beschikbaar zijn gekomen, zal ik mij beraden op de weging ervan en in lijn daarmee op de voors en tegens van de genoemde opties. De weging zal integraal zijn en omvat bijvoorbeeld ook de gevolgen voor de gezondheid, de afstemming met (naburige) lidstaten, de interne markt, grensarbeid, transport, landbouw en verkeersveiligheid. Hoe verder? Uiteraard informeer ik u over nieuwe ontwikkelingen en zodra het kabinet een nader standpunt heeft vastgesteld. Verder zet ik mij in Brussel ervoor in dat er geen onomkeerbare stappen worden gezet in het onderhandelingsproces over het voorstel totdat een overleg hierover tussen het kabinet en uw Kamer heeft plaatsgehad.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, drs. K.H. Ollongren